Steun ons en help Nederland vooruit

Provincie: een effectief middenbestuur

D66 kijkt naar de wereld vanuit een sociaal-liberaal perspectief. Persoonlijke vrijheid staat hoog op de agenda en eigen initiatieven worden gewaardeerd en gestimuleerd.

D66 is daarom voorstander van een andere manier van werken door de overheid. Een overheid die meer een rol neemt van facilitator, initiator, aanjager en regisseur. Dit geldt zeker voor de provincie, die een aantal uitvoerende taken heeft ingeleverd.

Een dergelijke rol vergt een andere manier van werken voor de ambtenaren in het provinciehuis, maar ook voor statenleden en gedeputeerden. Ambtenaren en bestuurders die denken in mogelijkheden en vooral ook buiten de vertrouwde kaders.

De provincie Utrecht moet daarom als eerste Nederlandse provincie een informatieregister publiceren, zodat informatievragers weten welke data opvraagbaar zijn. Daarnaast wil D66 provinciaal beleid dat open data waar mogelijk onderdeel maakt van het primaire werkproces. Dit zorgt ervoor dat provinciale data automatisch als open data gepubliceerd kan worden. Je kunt hierbij denken aan informatie over de bodem en de besluitvormingsprocessen in de Staten. Dit levert economisch rendement op en dit bevordert transparantie en daarmee de democratie.

De provincie moet meer initiatieven van burgers met kennis en ervaring meer faciliteren en de juiste partijen om de tafel zien te krijgen. De werkwijze en besluitvorming van de provincie komt dan dichter bij jou als inwoner van de provincie te liggen.

De grenzen van de provincie Utrecht zijn duidelijk. Tegelijkertijd is het voor de provincie Utrecht van groot belang dat er over provinciegrenzen wordt samengewerkt, tussen provincies en tussen gemeenten. Zoals in Het Gooi, Foodvalley en bijvoorbeeld het versterken van het Groene Hart (versterking van economie, recreatie & toerisme, waterbeheer). D66 is voorstander van een interprovinciale en intergemeentelijke aanpak op zulke plekken in de provincie.

De provincie heeft ook de taak toe te zien op de uitvoering van de regels door gemeenten en een coördinerende rol bij kwesties die de gemeentegrens overschrijden en waarbij meerdere gemeenten zijn betrokken. Uitgangpunt daarbij is dat wat lokaal kan gebeuren, ook lokaal plaatsvindt en dat wat regionaal moet gebeuren, regionaal wordt uitgevoerd. Daarvoor zijn sterke gemeenten nodig. D66 ziet niets in de zogenaamde gemeenschappelijke regelingen, waarbij activiteiten van provincies en gemeenten worden uitgevoerd in samenwerkingsverbanden zonder enige democratische controle.

Zolang de gemeenschappelijke regelingen niet zijn afgeschaft, zal D66 steeds weer om transparantie vragen over de besluiten van deze samenwerkingsverbanden. D66 wil dat gemeenten krachtig genoeg zijn voor hun taken, een financieel gezonde basis hebben en een gemeenteraad met invloed. Als uit een bestuurskrachtmeting blijkt dat dit niet zo is, dan ligt het initiatief voor gemeentelijke herindeling in de eerste plaats bij de gemeenten zelf. Als dit niet binnen afzienbare tijd tot vorderingen leidt, dan moet de provincie zelf haar rol hierin pakken en een plan ontwikkelen dat in de gewenste bestuurskrachtige gemeenten resulteert.

Nu een aantal taken van de provincie door gemeenten worden overgenomen en veel gemeenten groter zijn geworden door herindelingen, komt vanzelfsprekend de vraag aan de orde of de huidige provincie als orgaan in het Nederlandse bestuur nog op dezelfde wijze zou moeten worden ingevuld. Is een orgaan als de huidige provincie nog wel nodig? Kunnen rijk en gemeenten taken overnemen? Of is het juist verstandig om de provincies een belangrijke centrale proactieve regierol toe te delen? En is dan een opschaling van de huidige provincies nodig? En als dan toch een vorm van middenbestuur nodig is , welke vorm is dan het meest efficiënt en doelmatig?

D66 wil dat die vragen de komende vier jaar door de provincie zelf en door deskundigen worden onderzocht. De provincie moet de komende vier jaar een SWOT (strengths, weaknesses, opportunities, threats)-analyse op zichzelf loslaten. Voordat we stappen zetten richting een andere structuur of besluiten dat juist niet te doen, moeten we de kracht en de zwaktes van de provincie vaststellen.

In welke constructie dan ook heeft D66 een daadkrachtige en democratische bestuurslaag voor ogen, die haar regierol ter hand neemt als dat nodig is en vooral ruimte geeft als dat gewenst en mogelijk is.

Financieel solide en doelmatig
Als gevolg van landelijke bezuinigingen zal de financiële ruimte voor de provincie de komende jaren beperkt blijven. We zullen het dus moeten doen met het geld dat we hebben. De afgelopen jaren hebben we laten zien dat lastenverzwaring niet nodig is. D66 ziet de toekomst daarom met vertrouwen tegemoet. Het is gelukt om focus aan te brengen. Alleen doen wat je moet doen en dat goed doen. Beter met minder!

Het financieel beleid van D66 kent de volgende pijlers:

  • Transparantie in de financiële verslaglegging: het moet inzichtelijk zijn waar de provincie geld uit aan uitgeeft. We zijn voorstander van Open Spending.
  • Lastenverzwaring is geen oplossing voor een begrotingstekort. Bij tegenvallers wordt eerst in de eigen begroting naar een oplossing gezocht en alleen bij hoge uitzondering wordt de algemene reserve aangesproken.
  • D66 is bereid om financiële keuzes te maken voor beter beleid. De reserves die beschikbaar zijn voor mobiliteit zijn zodanig groot, dat wij verwachten dat daarmee ook andere provinciale doelen bereikt kunnen worden.
  • De provincie moet minder subsidiëren en meer investeren via innovatiefondsen, waarbij het geld wordt uitgeleend en dus weer terug komt.
  • De provinciale organisatie is de afgelopen vier jaar met een kwart verkleind en is daarmee goed toegerust op de huidige kerntaken. Wij zullen echter kritisch blijven kijken naar de provinciale organisatie, als de integratie van Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Bestuursregio Utrecht (BRU) in de provincie zijn afgerond.

Laatst gewijzigd op 14 januari 2015