Steun ons en help Nederland vooruit

Landelijk gebied

p07 - Duurzaam kleinUtrecht heeft mooie landschappen met een grote diversiteit en beleefbare natuur met ruime recreatiemogelijkheden. Landbouw en landgoederen leveren hieraan een belangrijke bijdrage. Deze kwaliteiten maken onze provincie uniek binnen de Randstad. Ook de komende jaren zetten wij ons in voor de aantrekkelijkheid van ons landelijk gebied.

Beleefbare natuur

Uitvoeren van het Natuurbeleid 2.0 is ons uitgangspunt. Hierbij is er een centrale rol voor het realiseren van beleefbare natuur. Het Akkoord van Utrecht voeren we onverkort uit. Hiermee gaan we het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, tot voor kort de EHS) verder realiseren. De planning uit het Grondstrategieplan is hierbij leidend. We voldoen aan onze internationale verplichtingen. Onze voorkeur heeft zelfrealisatie door particulieren, zonder verwerving van gronden door de provincie. Ons ruimtelijk beleid biedt ruime mogelijkheden voor verdienmodellen voor natuurbeheer.

Wij realiseren de ecoducten die op dit moment in voorbereiding zijn (N226, 227 en 237). Op de overige plekken waar wij eerder ecoducten hadden voorzien, treffen we verkeersmaatregelen in combinatie met het aanleggen van kleine faunapassages, tenzij zwaarwegende verkeersveiligheidsoverwegingen dit onmogelijk maken.

Een palet aan landschappen

De vijf nationale landschappen in Utrecht vormen een belangrijk visitekaartje voor de provincie. Wij zetten ons in voor behoud en versterking van de kernkwaliteiten van deze landschappen en voor de bekendheid van deze gebieden. De samenwerking in de Stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart zetten we voort, met als extra aandachtspunt de betrokkenheid van het Rijk en de omliggende grote steden.

We bekijken hoe de regeldruk door de Landschapsverordening kan verminderen, zonder dat dit gaat leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap.

Uitvoering natuur en landschap

Zowel voor natuurbeheer als agrarisch natuur- en landschapsbeheer sturen wij op meer effectiviteit en efficiëntie. Het recent in de Beleidsnota Flora- en faunawet vastgelegde beleid handhaven we en voeren we uit.
Bij ontwikkelingen waarbij de provincie is betrokken zullen we de kansen voor versterking van de natuur benutten om daarmee pro-actief bij te dragen aan compensatieverplichtingen bij andere ruimtelijke en economische ontwikkelingen.

Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

De Utrechtse Heuvelrug is voor natuur, landschap en recreatie een icoon voor de provincie. He t zuidelijk deel is Nationaal Park. Wij sluiten aan bij het initiatief van het Rijk om de status van Nationale Parken te versterken. Dit kan de waarden en de toeristische bekendheid, ook internationaal, vergroten. Bij het Rijk dringen we aan op een Nationaal Parkstatus voor de hele Utrechtse Heuvelrug.

Recreatie

Ons recreatiebeleid is primair gericht op het behouden en versterken van het Recreatief Hoofdnetwerk (RHN), met als belangrijke onderdelen de routestructuren voor wandelen, fietsen en varen. Recreatie biedt goede kansen voor publiek-private samenwerking en ondernemerschap. Daarvoor bieden wij ruimte. Samen met de markt en ondernemers willen wij bijvoorbeeld routes in stand houden en verder uitbreiden. Daarbij richten wij ons ook op het benutten van de recreatieve potenties van het cultureel erfgoed.
Als de nu geplande toeristische overstappunten (TOP’s) en poorten zijn gerealiseerd bekijken we of aanvulling en versterking van de samenhang nodig is.

De recreatiedruk op het buitengebied neemt toe, terwijl het toezicht afneemt. Dit raakt de beheerders, veelal particuliere eigenaren. De ondergrens van het toezicht is bereikt. Aan de hand van de resultaten van een gezamenlijk onderzoek beoordelen wij op welke wijze hierop gestuurd moet worden.

De Vinkeveense Plassen zijn belangrijk voor recreatie en toerisme in de provincie. Bij de zandeilanden en legakkers hier is sprake van sterk achterstallig onderhoud. Het is onze ambitie om bij te dragen aan herstel onder voorwaarde van mede financiering door betrokken partijen.

Het proces tot omvorming van de overblijvende recreatieschappen tot effectieve en efficiënte uitvoeringsorganisaties zetten we voort.

Relatie stad – land

Ons accent op de binnenstedelijke ontwikkeling moet samengaan met een aantrekkelijk landelijk gebied met een uitnodigende stad – landverbinding. De inrichtingsplannen voor recreatie om de stad die we samen met de gemeenten en terreinbeherende organisaties hebben opgesteld voeren we samen met deze partners uit. Over het beheer zijn afspraken gemaakt tot en met 2018. Deze periode wordt gebruikt om met alternatieve financierings- vormen de gebieden zelfvoorzienend in het beheer te laten zijn. Wij stimuleren stadslandbouw.

Landbouw

De provincie wil dat de landbouw voedsel kan produceren, het landschap open en groen kan houden, kan bijdragen aan milieudoelen en kan inspelen op de vraag naar rust, ruimte en beleving. Daarvoor voeren wij het in de Landbouwvisie vastgelegde beleid uit. Dit betekent dat onze focus ligt op:

  • het behouden en versterken van een economisch rendabele bedrijfsvoering
  • schaalvergroting afgestemd op de kwaliteit van het landschap
  • het versterken van de duurzaamheid en een aantrekkelijke leefomgeving
  • het versterken van de relatie tussen platteland en stad.

In de Landbouwvisie hebben wij ook ons beleid voor dierenwelzijn vastgelegd. Door landbouwstructuurversterking vergroten wij ook de mogelijkheden voor weidegang.

De landbouw heeft een opgave in het terugbrengen van de stikstofbelasting op natuurgebieden en het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Regelgeving die deze opgave belemmert, nemen wij zoveel mogelijk weg. Wij zien dat de sector veel inzet pleegt om maatschappelijk verantwoord te produceren. Met Landbouw en Milieu (LaMi) en Agenda Vitaal Platteland (AVP) blijven wij de verduurzaming van de landbouw ondersteunen. Via LaMi dragen we ook bij aan dierenwelzijn. Biologische landbouw stimuleren we vanwege de duidelijke voortrekkersrol voor de verduurzaming van de landbouw.

Vrijkomend agrarisch vastgoed

Blijvende leegstand van vrijgekomen agrarische opstallen moet worden voorkomen. Nieuwe functies mogen niet leiden tot minder ruimtelijke kwaliteit en mogen het (agrarische) ondernemerschap niet beperken. We gaan de aard en omvang van het probleem onderzoeken en op basis daarvan een aanpak en strategie formuleren. Daarbij onderzoeken we ook de haalbaarheid van een sloopverplichting. Om de omvang van het leegstandprobleem niet verder te vergroten, stimuleren wij circulaire bouw van nieuwe agrarische opstallen.

Leefbaarheid en Kleine Kernen

Wij stimuleren de leefbaarheid en regionale economie van het landelijk gebied inclusief die van de kleine kernen. Dit doen we programmatisch, door in AVP het thema leefbaarheid te verbreden met kleine kernen. Daarbij besteden we aandacht aan vraaggericht openbaar vervoer, voorzieningen (waaronder snel internet) en economie. Randvoorwaarde voor de inzet van onze middelen vanuit deze aanpak is cofinanciering en actieve inzet vanuit de gemeenschap. Het Europese programma CLLD/Leader sluit hier goed bij aan. Hoewel meer woningen bouwen meestal geen oplossing is voor de leefbaarheidsproblematiek, sluiten wij dit in specifieke situaties niet uit.

Voor de economische kansen van het landelijk gebied zijn goede internetverbindingen een voorwaarde. Wij stimuleren de aanleg van hiervoor nodige netwerken en zullen waar nodig een verbindende rol vervullen.

Uitvoeringsprogramma Agenda Vitaal Platteland

Het uitvoeringsprogramma AVP zetten we voort. Wij actualiseren het Kaderdocument AVP zodat het ook voorziet in de periode na 2015. AVP betreft in ieder geval de volgende thema’s: natuur, water en bodem, bodemdaling, landschap, cultureel erfgoed, landbouw, recreatie, leefbaarheid en kleine kernen.
Wij gaan door met het werken met gebiedscommissies. Deze werkwijze biedt goede garanties voor lokaal draagvlak en aansluiting bij initiatieven vanuit het gebied.
In het nieuwe Kaderdocument AVP doen wij voorstellen voor een inzet van onze middelen die leidt tot een optimale benutting van de middelen uit het Europese fonds POP3.

Laatst gewijzigd op 27 juli 2015