Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 6 maart 2017

Vrijkomende agrarische bedrijven in provincie Utrecht

Afgelopen week bracht het ministerie van Economische Zaken naar buiten dat massaal is ingetekend op de subsidie voor boeren die bereid zijn te stoppen. Het doel van deze subsidie is om met name de melkveestapel in Nederland te verkleinen en daarmee ook de mestproductie. Voor de regeling is 50 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Op dit moment wordt rekening gehouden met 1000 tot 2000 bedrijven die gebruik willen maken van de regeling. Onduidelijk is nog hoeveel bedrijven in de provincie Utrecht van de regeling gebruik willen maken.

D66 Statenlid Hans Boerkamp heeft vragen ingediend bij Gedeputeerde Staten om meer inzicht te krijgen in de effecten van deze regeling in de provincie Utrecht. Als veel boeren tegelijkertijd van deze regeling gebruik maken heeft dit grote gevolgen; Veel bedrijfsgebouwen komen leeg te staan en tientallen hectaren landbouwgrond komen op de markt. Dit biedt kansen maar brengt ook risico’s met zich mee.

Kansen voor de regio

D66 ziet kansen voor realiseren van provinciale doelstellingen dankzij de vrijkomende bedrijfsgebouwen en landbouwgronden. Ten eerste bieden de vrijkomende gronden kansen voor bestaande bedrijven. Zij zouden kavels over kunnen nemen en hun huiskavel vergroten, waardoor hun rendement verhoogt en de kans op weidegang toeneemt. Ten tweede zouden gronden ingezet kunnen worden voor natuurontwikkeling als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Ten derde kan via ruilverkaveling grond vrijkomen die aansluit op bestaande woonkernen, waardoor uitbreiding van deze kernen gerealiseerd kan worden. Ten vierde zouden vrijkomende bedrijven een oplossing kunnen bieden aan bedrijven die willen uitbreiden, maar dat op hun huidige locatie niet kunnen.

Aandacht voor de risico’s

Wat D66 betreft zijn er echter ook een aantal risico’s waar rekening mee gehouden moet worden. De financiering van plannen met een positieve uitwerking op de bestaande structuur is een uitdaging. Agrarische bedrijven krijgen de financiering namelijk dikwijls moeizaam rond. Dit creëert een obstakel voor omliggende agrarische bedrijven om vrijkomende gronden op te kopen, terwijl dit wél goed zou zijn voor hun bedrijf. Ook zijn er scenario’s denkbaar waarbij kapitaalkrachtige agrarische bedrijven van buiten de provincie de grond enkel en alleen opkopen om aan de eisen van grondgebondenheid te voldoen. Dan zien we straks lege  weilanden die enkel een paar keer per jaar gemaaid worden.