Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 4 juli 2016

Inbreng Kadernota 2016: Meedoen of niet meedoen?

Op maandag 4 juli is de Kadernota 2016 besproken. In de Kadernota bepaalt de Provinciale Staten van Utrecht op hoofdlijnen wat er de komende jaren wel en niet gebeurt in de provincie. Belangrijk onderdeel is hoe omgegaan wordt met het beschikbare geld. De precieze gevolgen staan in de begroting die eind het jaar opgesteld wordt. Hieronder is de spreektekst van fractievoorzitter Niels Hoefnagels te lezen.

Meedoen of niet meedoen. Dat is waar de wereld deze dagen over lijkt te gaan. Het EK Voetbal, de Europese Unie, of het sparen van Dinokaartjes. Doe je mee, of doe je niet mee? Nederland doet niet mee aan het EK, daar hebben wij als partij geen mening over. Nederland doet echter wel mee aan de Europese Unie, daar heeft D66 een zeer uitgesproken mening over.

Meedoen 

Wat op het gebied van “meedoen” voor D66 ook van groot belang is, is de wijze waarop wij als provincie onze omgeving mee laten doen bij onze besluitvorming. D66 is opgericht vanuit de gedachte dat de inwoners van Nederland, en dus ook van onze mooie provincie, willen begrijpen wat er in de politiek gebeurt. Dat zij daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op het beleid.

Twee pijlers onder het coalitieakkoord zijn ‘inwoners centraal’ en ‘in verbinding’. Dit zijn voor ons wezenlijke pijlers van de democratie. Dat zijn dan ook enkele van de belangrijkste redenen dat wij meedoen in deze coalitie.

Welkom op het provinciehuis

Om onze inwoners te kunnen laten begrijpen wat er in de provincie gebeurt, is het allereerst noodzakelijk dat ze welkom zijn in ons provinciehuis. Dat wij ons zoveel als mogelijk openstellen voor bezoeken van scholen, verenigingen en individuele bezoekers. Voorlichting geven over hoe de provincie georganiseerd is, is wat D66 betreft, een basisvoorwaarde om inwoners bekend te maken met de Provincie.

Wat schetste onze verbazing toen wij hoorden dat voor dergelijke voorlichting binnen de provinciale organisatie slechts een enkele dag per week beschikbaar is. D66 vraagt het college of hiervoor meer menskracht ter beschikking kan worden gesteld. Dan kan de Provincie pro-actiever optreden, wat betreft deze voorlichting.

Heldere financien

Met het vaststellen van de Kadernota, leggen wij als Provinciale Staten de financiële kaders vast voor het komende begrotingsjaar. Het is van belang dat wij als Provinciale Staten goed inzicht hebben in de financiële boekhouding van de provincie. Want meedoen van de Staten begint er uiteraard mee dat wij begrijpen wat er gebeurt. Dat Provinciale Staten daadwerkelijk sturing geven aan het beleid.

D66 vindt dat het daarvoor van belang is dat de financiële werkwijze van de provincie helder is. Het moet duidelijk zijn welke afspraken de Staten maken met Gedeputeerde Staten en hoe zij die afspraken nakomen.

Inzicht en evaluatie van reserves

Een onderdeel van heldere financiën gaat over het toepassen van reserves. Dat wij als provincie egalisatiereserves hebben om meerjarige projecten goed te kunnen afwikkelen, is terecht. Dat de Staten weinig zicht hebben op wat er exact binnen die reserves gebeurt, vindt D66 echter een ongewenste situatie.

In de afgelopen Statenvergadering is een motie aangenomen die om meer duidelijkheid daarover vraagt. Dus daarover verwachten we komende periode meer duidelijkheid te krijgen. Er zijn echter twee reserves waarover D66 ook inhoudelijke twijfels heeft. Tijdens de behandeling van de jaarrekening hebben we ingestemd met een egalisatiereserve voor de Bestuur Regio Utrecht (BRU) gelden.

In deze Kadernota wordt voorgesteld deze reserve de komende jaren verder te vullen, tot een maximum van 15 miljoen euro. In antwoord op onze vragen, heeft de gedeputeerde geantwoord, dat dit een financiële reserve is, die los staat van de mobiliteitsportefeuille, maar onderdeel is van de BRU-afspraken. D66 verzoekt het college om een toezegging dat zij kort na de zomer een heldere uitleg verstrekt aan de Staten over de exacte inhoud van de BRU-afspraken, én de rol van deze reserve hierin.

Egalisatiereserve

Daarnaast werd D66 verrast door het instellen van de egalisatiereserve Provinciefonds. D66 was zich er niet bewust van dat fluctuaties van de inkomsten vanuit het Provinciefonds en de motorrijtuigenbelasting de provincie voor grote problemen heeft gesteld.

D66 heeft dan ook nog enkele vragen bij deze reserve. Klopt het dat deze reserve ertoe leidt dat mee- of tegenvallers gedurende het begrotingsjaar pas bij de jaarrekening van dat jaar worden verwerkt? Kan Gedeputeerde Staten toezeggen dat deze reserve slechts gebruikt wordt voor het lopende begrotingsjaar?

Heeft Gedeputeerde Staten bezwaren tegen een voorstel om deze reserve gedurende het lopende jaar te evalueren en de Staten direct op de hoogte te stellen bij het voornemen om gelden uit deze reserve te onttrekken, dan wel  erin te storten?

D66 maakt uit de beantwoording van haar schriftelijke vragen op, dat de algemene uitkering vanuit het Rijk gedurende de afgelopen 5 jaar nooit meer dan 5 miljoen is afgeweken van de verwachting. Waarom dan toch een reserve die tot wel 15 miljoen kan stijgen? D66 heeft een motie voorbereid om hierover een uitspraak van de Staten te vragen.

De provincie moet beter meedoen

D66 wil het nog eens hebben over het meedoen van onze inwoners. Bij meerdere projecten, gaat het meedoen van onze inwoners met vallen en opstaan. Zelfs bij een project als spoorondertunneling in Maarsbergen, wat door een groot deel van de Staten wordt gezien als een voorbeeldproject van participatie, blijkt het een moeizaam proces.

D66 is zich ervan bewust dat het Provinciale Staten zijn die besluiten nemen. Daar waar het een besluit is, dat invloed heeft op de directe leefomgeving van onze inwoners, is het gewenst om onze inwoners vanaf een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken.  En wanneer die inwoners betrokken zijn, moet het mogelijk zijn voor Provinciale Staten om het uiteindelijke besluit aan die inwoners te verantwoorden.

Buitengebied Houten, Odijk en Bunnik

Het is dus ook noodzakelijk om de Staten in die afwegingen te betrekken. Dat geldt niet alleen voor een project als onderdoorgang Maarsbergen. D66 heeft afgelopen jaar veelvuldig contacten gehad met de inwoners in een ander deel van de provincie: het buitengebied tussen Houten, Odijk en Bunnik. Daar spelen in een klein gebied meerdere provinciale vraagstukken. Woningbouw, mobiliteit, leefbaarheid, economie en cultureel erfgoed vragen om een integrale afweging.

Een besluit dat de Staten neemt over een van die onderwerpen, kan alleen worden verantwoord, als de andere onderwerpen worden meegenomen. D66 heeft hierover een vraag aan het provinciebestuur: kunnen zij toezeggen dat dit als een integraal provinciaal ordeningsproject wordt opgepakt, bijvoorbeeld volgens de nieuwe werkwijze vanuit het Innovatieprogramma Fysieke Leefomgeving.

Omgevingswet

Vooruitblikkend op de komende periode, ziet D66 vier speerpunten vanuit ons verkiezingsprogramma: Allereerst een goede ruimtelijke ordening. Eind dit jaar stellen wij een gewijzigde structuurvisie vast. Het is van belang dat de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (PRS) goed voorbereid is op de nieuwe omgevingswet.

Het toepassen van experimenteerruimte past daarin. D66 vindt het wel belangrijk dat de Staten een heldere rol krijgt bij het vaststellen van de kaders daarvoor. De Staten moet zich daarin uiteraard wel beheersen: het doel is wel dat de gemeenten straks hun eigen afwegingen kunnen maken.

Bij het instrument kernrandzone wil D66 scherp verwoord zien dat verbeteren van ruimtelijke kwaliteit moet voorop staan. Hat mag geen algemeen excuus zijn om rode contour op te rekken voor woningbouw of bedrijventerrein.

Energietransitie

D66 is ook zeer positief over de ruimte en flexibiliteit die we in de PRS bieden aan lokale ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. Daarmee kom ik op het tweede speerpunt van D66 dat komende maanden tot besluitvorming komt.

Het provinciaal beleid rondom energietransitie is een goede stap richting een energiezuiniger provincie.  Na de zomer zullen wij dit beleid gaan vaststellen. Gezien wat er tot nog toe is voorgesteld, hebben wij er alle vertrouwen in dat we goede stappen gaan zetten. Om dit beleid volledig te kunnen uitvoeren, is het echter noodzakelijk dat alle gelden hiervoor beschikbaar komen.

D66 heeft hierover een vraag aan Gedeputeerde Staten. Wordt vóór de begroting van 2017 nog een nieuwe beoordeling gemaakt van de ruimte in de algemene reserve, om de 2 miljoen aan onzekere financiering hiervoor alsnog zeker te stellen? Zo nee, wanneer gebeurt dit dan?

Fiets

Het derde D66-speerpunt dat de komende maanden tot uitwerking komt, is de fiets. Utrecht is een fietsprovincie. Woon-werk afstanden kunnen afgelegd worden op de fiets, scholieren gaan naar scholen op de fiets in andere kernen en bezoekers uit het binnen en buitenland pakken graag de fiets om onze regio te verkennen.

Wat D66 betreft zetten wij vol in op verbetering van de fietspaden tot een groot fietsnetwerk, de veiligheid voor fietsers en een goede aansluiting op het openbaar vervoer. Wij zijn al enige tijd in afwachting van het nieuwe fietsprogramma. Kan Gedeputeerde Staten een definitieve datum aangeven wanneer we dat kunnen verwachten?

Tot die tijd zijn er fietssituaties die niet langer op oplossingen kunnen wachten, zoals het ontbreken van een fatsoenlijk fietspad op bedrijventerrein Liesbosch, waar de Fietsersbond al jaren aandacht voor vraagt.

Onderwijs en arbeidsmarkt

Tenslotte de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Goed onderwijs is gebaat bij een goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Daarvoor wordt in deze kadernota 300.000 euro extra beschikbaar gesteld.

D66 is er geen voorstander van om dit geld direct toe te wijzen aan specifieke onderwerpen, maar wil graag dat de provincie op meerdere terreinen haar meerwaarde kan tonen. Bijvoorbeeld op het gebied van stageplaatsen, waar de PvdA om vraagt. Maar ook op de directe aansluiting: D66 wil graag dat de provincie zich inzet voor de Vakroute.

De Vakroute kenmerkt zich door leren en oriënteren in de praktijk vanaf jaar 1, zodat praktisch ingestelde jongeren gemotiveerd een vak kunnen leren. Er worden landelijk al meer dan 15.000 leerlingen mee geholpen, en dit aantal kan nog verder stijgen.

Kan Gedeputeerde Staten hieraan steun toezeggen en nagaan op welke wijze de provincie hier meerwaarde aan kan bieden? Het is immers een goede manier om ervoor te zorgen dat praktisch ingestelde jongeren kunnen leren om mee te doen aan onze maatschappij.

Meedoen niet neerleggen bij inwoners

Dan ben ik weer rond: meedoen. Om in verbinding te staan met je inwoners, is het van belang om zelf mee te doen. Zowel Provinciale Staten, als Gedeputeerde Staten. En natuurlijk het ambtelijk apparaat. We moeten ‘meedoen’ niet neerleggen bij de omgeving. Bij onze inwoners.

De provincie is nu eenmaal een moeilijk te doorgronden en vaak moeilijk te bereiken bestuurslaag. Dat betekent dat het onze taak als provincie is, om te starten met ‘meedoen’. Van binnen naar buiten, heet dat tegenwoordig. Openheid heet het al heel lang.

Op die wijze kunnen we ervoor zorgen dat de benaming TOP-regio niet alleen door beleidsmakers wordt gebruikt, maar dat onze inwoners zullen aangeven dat zij in een TOP-regio, in een TOP-provincie, wonen!