Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 2 mei 2016

Pim van den Berg: Een jaar als gedeputeerde

Op 30 april 2015 werd het coalitieakkoord ‘In Verbinding’ gepresenteerd. Daarmee werd Pim van den Berg officieel voorgedragen als kandidaat-gedeputeerde voor D66. Op 18 mei werd hij tijdens de Statenvergadering officieel geïnstalleerd. Zijn portefeuille omvat Ruimtelijke ontwikkeling, Economie en Toerisme, Wonen en Binnenstedelijke Ontwikkeling en Energietransitie. Tijd om Pim van den Berg aan de tand te voelen. Waar is hij dag in dag uit mee bezig en wat zijn de dossiers waar hij zijn tanden in gezet heeft?

Pim laat bij aankomst op de 16e etage van het Provinciehuis trots het uitzicht zien. Van Rotterdam tot de Flevopolder en in de verte het topje van de Onze Lieve Vrouwetoren van zijn Amersfoort. In zijn werkkamer starten we het interview.

Zag je jezelf vijf jaar geleden als gedeputeerde?

“Nee, ik was net aangesteld als wethouder bij de gemeente Amersfoort. Ik ben daar begonnen in een vrij hectische periode. Er was een groot bouwproject, het Eemhuis, met forse financiële overschrijdingen. Als je als college een paar keer struikelt, dan ben je volop met Amersfoort bezig! Ik had ook een hele stadse en zichtbare portefeuilles. Op dat moment was de provincie ver weg.  Als bestuurslaag vond ik de provincie ook te ver weg staan van de gewone mensen.”

Waarom zei je vorig jaar toch ja toen je gevraagd werd gedeputeerde te worden?

“Ik heb bij alle overheidslagen wel gewerkt, van gemeenten tot het rijk. Ik vond het de moeite waard om de provincie in te gaan. De provincie leek zelfs even een bedreigde diersoort te worden! Ik wilde een bijdrage leveren aan het oplossen van bovenlokale problemen. Ik wil daar kansen creëren zodat onze provincie mooi, vitaal en ontwikkelend blijft.”

Heb je tijdens je wethouderschap het belang van deze bovenlokale overheid ingezien?

“Jazeker! De afwegingen op gemeentelijk niveau kunnen wel eens dubbel van aard zijn namelijk. Grondopbrengsten in het hier en nu, ten koste van meer woningen, kantoren of winkels. Daarvan moet je afvragen of deze nog wel echt nodig zijn voor de vitaliteit van de gemeente en de regio. Het gaat dus niet om het toevoegen van meer gebouwen, maar het gaat om de toegankelijkheid van voorzieningen, digitaal en fysiek.”

Heb je als wethouder dingen gedaan die in het grotere plaatje niet verstandig waren?

“We hebben grond verkocht aan Maxis, een groot winkelcentrum. Die is uiteindelijk niet naar Amersfoort gekomen. Maar we hebben ook grond verkocht aan tuincentra, terwijl je je kan afvragen of dat nou echt nodig was in de regio. In Amersfoort valt het echter nog wel mee omdat het aantal inwoners nog toeneemt, maar er is veel leegstand in onze provincie.”

Was het aanpakken van deze problemen dan jouw belangrijkste drijfveer om gedeputeerde te worden?

“Dit was een belangrijke drijfveer. Maar ook als je vier jaar bij een gemeente zit en je hebt bijgedragen aan een aantal belangrijke ontwikkelingen. Ik vond het een mooie uitdaging en kans om in de provincie aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld om de ruimtelijke vraagstukken rondom de energietransitie aan te gaan pakken. Zeker bij windmolens en zonneparken. Ik wil hier ruimte maken voor de energietransitie.”

Typeert het jou als bestuurder dat je op zoek bent naar een uitdaging?

“Nou ik ben in ieder geval niet iemand die op de winkel gaat passen. Ik moet wel ergens mijn tanden in kunnen zetten. Dat is de energietransitie en de ruimtelijke structuurvisie. Juist daar gaat het om de keuzes die je maakt. Kies je voor ruimtelijke ordening of ontwikkeling? Je moet altijd blijven doorontwikkelen en als bestuurder de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Is landbouwgrond nog wel écht landbouwgrond bijvoorbeeld? Is een open landschap kwalitatiever dan een landschap met een paar windmolens? Bestaande conventies moeten misschien ingeruild worden voor nieuwe conventies.

Dus je bent een hervormer pur-sang?

“Wat dat betreft ben ik een hervormer, maar ik doe niet aan hervormen om het hervormen. Je ziet dat er nieuwe generatie op de deur klopt die belang hecht aan het woord zinvol. Zinvol is een belangrijke driver om iets voor elkaar te krijgen. Iets moet betekenis hebben.”

Een voorbeeld?

Vanzelfsprekend bouwen, eten, verplaatsen of overnachten is niet meer. De auto is niet meer vanzelfsprekend. Er wordt betekenis gegeven aan gezondheid, sport, fijnstof en welzijn. Er wordt dus niet alleen vanuit een financieel perspectief gekozen. Meer en meer mensen passen hun gedrag aan omdat ze duurzamer willen zijn. Men kijkt anders naar productie, of dat nu plofkippen of intensieve veeteelt is. Er ontstaan coöperaties die regionaal voedsel aanbieden waarvan we de herkomst kennen.”

Wat betekent dat dan voor een gedeputeerde?

“Je moet ruimte geven aan deze initiatieven als het serieus kansen heeft. Als mensen samen zonnepanelen neerleggen of een windmolen bouwen, dan geven ze een andere betekenis aan het landschap. Het gaat namelijk om mijn windmolen die mijn energie opwekt, zodat mijn kinderen en kleinkinderen gezonder kunnen leven. Je moet die mensen dus de ruimte geven om hun initiatieven op te starten en beknellende regels wegnemen. Ik wil geen economische tegenmacht zijn voor mensen die deze mooie initiatieven willen ontplooien!”

Heb je al mooie voorbeelden die je op dit vlak voor elkaar hebt gekregen?

“Ik zit in het kernteam van het Economic Board Utrecht. We zijn daar bezig met next-economy initiatieven. Het aansluiten van onderwijs op de arbeidsmarkt, het faciliteren van dubbele laadpalen in de Utrechtse wijk Lombok. Laadpalen die gebruik maken van zonnepanelen in die wijk om elektrische auto’s op te laden. We hebben subsidie gegeven aan de verdere ontwikkeling van deze laadpalen. We dragen dit uit als voorbeeld van een onafhankelijk energienetwerk in plaats van het grote gasnetwerk waar we van af willen. We gaan ook experimenteren met hernieuwbare bronnen van energie op het Utrecht Science Park.”  

Is ruimte maken voor de duurzame economie je grootste uitdaging?

“Ja, maar misschien zet ik ook extra mijn tanden hierin vanwege de manier waarop ik dat wil doen. Het gaat vaak over vergunningen en geld, wat zou onze toegevoegde waarde zijn als we dat niet meer zouden doen? We helpen lokale initiatieven en kaarten beknottende regels aan bij het rijk. We luisteren dus echt naar de wijsheid van de mensen in de straat, wijk en het dorp. Ik wil niet uitleggen vanuit de provincie hoe de wereld in elkaar steekt.”

Maar wat als mensen die windmolens niet willen?

“We hebben afspraken over de hoeveelheid windenergie die we moeten opwekken voor 2020. Dat gaat heel krap worden om dit te gaan halen, dus we moeten zorgen dat we met draagvlak extra tijd en energie hierin steken. Misschien moet dat met andere bronnen, want we zijn niet zo’n winderige provincie. Dat kan het wel eens dat we gemeenten nadrukkelijker adviseren om toch eens beter naar een locatie voor een windmolen te kijken. De insteek is echter draagvlak en acceptatie.

Ben je optimistisch over het behalen van de doelstelling?

“Er is een kans dat we de doelstelling niet gaan halen in 2020. Dan moeten we gaan kijken hoe we deze doelstelling kunnen versnellen.Er wordt nagedacht over windmolens als lelijk, horizonvervuiling of slagschaduw. Maar alternatieven hebben ook weer negatieve bijwerkingen. Ik ga dus niet wachten op de meest optimale variant, want we hebben alle vormen van duurzame energie nodig om onze ecologische voetafdruk kleiner te maken.”

Wat doe je zelf aan je ecologische voetafdruk?

“Leuk dat je dat zegt. In Havo 4 kwam mijn zoon thuis, hij wilde de CO2 compenseren van de vlucht naar Italië. Dat is goed, maar je moet het wel zelf betalen! We hebben het daarna nog twee keer gedaan, maar we doen het nu niet meer. Mijn huis is onvoorstelbaar geïsoleerd, er komen zonnepanelen aan. Ik eet behoorlijk minder vlees en ik koop bijna alles bij de natuurwinkel. Ik ben geen early adopter als het gaat om duurzaamheid, maar ik doe wat ik moet doen en soms een beetje meer.”

Hoe verleid je mensen tot duurzaamheid als sociaal-liberaal?

“Wij moeten het hebben van de redelijkheid. Dit is het krachtigste. Je bent meer tijd kwijt om iets voor elkaar te krijgen, maar je werkt wel aan draagvlak en begrip. Als je de motivatie van mensen prikkelt, dan is dat veel krachtiger dan dat ik dingen ga afdwingen. Een beetje geld of ruimte geven kan echter wel helpen. Dat helpt mensen soms net over de drempel. Ontken de kracht van het individu niet!”

Een heel ander onderwerp, wat is het leukste moment van de week?

Woensdag, donderdag en vrijdag!

Waarom?

“Omdat ik dan niet binnen hoef te zitten. Niet dat ik de vergaderingen niet leuk vind. Ik ga graag in debat en geef de coalitie en oppositie graag alle informatie om de kwaliteit van de besluitvorming te toetsen. Maar het gaat om het buiten uitvoeren van hetgeen we afspreken, dat verdient toch echt de meeste tijd.”

Wat was het leukste van de afgelopen periode?

“Ik ben nu bijna een jaar bezig. Dus je bent vooral bezig met zaaien zodat je op een later moment iets moois kunt oogsten. Ik vind het mooi om met woningcorporaties in gesprek te gaan over wat ze wel en niet mogen, te werken aan nul-op-de-meter woningen. Woningen die zelf energie opwekken, weinig verbruiken en goed geïsoleerd zijn. Daar bemoei ik me vanuit het Economic Board Utrecht mee en ik werk samen met andere provincies om vanuit Europa geld te krijgen hierover. Ik ben met gemeenten in gesprek over ruimtelijke mogelijkheden.”

Over zaaien en oogsten. Waar zaai je het meest?

“Dat is een traject wat ik samen met de Staten doe. Het BOB-traject omtrent de energietransitie. Ik heb daar hoge verwachtingen van. Daarnaast zijn we nog bezig met recreatie en toerisme. We willen meer toeristen en recreanten laten overnachten in de provincie Utrecht. Daar valt nog een wereld te winnen. Ik wil op een verjaardag horen dat iemand een weekje op vakantie gaat naar Utrecht in plaats van naar Drenthe. En tot slot bij economie hebben we afgesproken dat we topregio willen zijn. Dan gaat het om bereikbaarheid, onderwijs, arbeidskrachten, milieu en een groene omgeving realiseren.”

Hoe gaat het met de huisvesting van statushouders?

“Daar maak ik me toch wel echt zorgen over. Er zijn verschillende bestuurslagen bij betrokken en dit doet afbreuk aan de daadkracht. We hebben het te veel opgeknipt. De provincie ziet er op toe dat de provincie statushouders huisvest, als gemeenten dat niet haalt, dan moet ik toezicht gaan houden. Dan kan ik de gemeenten een rode of gele kaart sturen en met ze een plan opstellen zodat ze de aantallen toch halen. Lukt dat niet, dan kan ik steeds dwingender gaan optreden, wat ik uiteraard liever niet wil. De meeste gemeenten doen gelukkig hun uiterste best.”

Tot slot de laatste vraag. Welk instrument zou je graag tot je beschikking willen hebben als gedeputeerde?

“Ik zou wel eens een Paard van Troje willen maken en er zelf in klimmen, me laten slepen naar de plek waar verandering plaats moet vinden. Dan verander ik dat snel en kruip ik weer in mijn paard.”

Waar zou je graag een nachtje huishouden dan?

“Om mijn gewaardeerde collega’s in de gemeente Utrecht te prikkelen. Ik zou mijn Paard van Troje wel eens een nachtje op Lage Weide willen neerzetten. En dan zouden er tegen de ochtend toch tien windmolens staan. En dan ben ik benieuwd of er een beweging is die zegt dat het allemaal wel mee valt met die windmolens of dat ze direct neergehaald worden.”

Door: Tom Kunzler